‘Ik zette als trajectbegeleider mijn eigen traject uit’

Jackie van Hoeij is trajectbegeleider bij het FACT-team in Oss. In de wandelgangen hoorde ze al geruime tijd dat ‘de CONO eraan zat te komen’. Toch legde ze destijds totaal de link niet met haar eigen werk en vooropleiding.

"Het was een schok, toen ik hoorde dat ik niet in aanmerking kwam voor een CONO-registratie. Het betekende dat ik niet langer declarabel was. Ik zou preboventallig worden, tenzij ik een CONO-geregistreerd diploma kon behalen."

In actie
"Ik kwam meteen in actie. Zoeken naar mogelijkheden helpt mij altijd in een crisissituatie. Ik belde stad en land af, om uit te zoeken wat ik ervoor moest doen om wél in het CONO-register te komen. In overleg met de afdeling O&O werd besloten dat ik samen met elf andere niet-geregistreerde collega’s bij EVC-Nederland en NCOI een EVC-traject zou starten. Met een formele erkenning op basis van onze werkervaring konden we vrijstellingen krijgen voor een CONO- of CROHO-geregistreerde opleiding."

Keiharde bewijzen
"Na het EVC-onderzoek konden we dan in een verkort opleidingstraject het CONO-geregistreerde diploma MWD of SPH gaan behalen. We hadden drie maanden de tijd voor een traject dat normaal een halfjaar duurt. Het was een erg intensieve periode en de aanleiding was niet fijn, maar het traject was erg boeiend. Het was wennen, voor ons allemaal, om vanuit 150 deelcompetentievragen te kijken naar je eigen functioneren. Ik vond het een mooi proces. Voor de competenties die je beweerde te bezitten, moest je keiharde bewijzen overleggen. Dat was soms best lastig. Ik heb veel moeten zoeken, een tijdrovende klus. De steun van mijn ‘lotgenoten’, mijn collega’s van het FACT Oss en mijn leidinggevende Sandra Petersen heeft enorm geholpen. Hun complimenten, raad en betrokkenheid voelden als cadeautjes."

Zakelijker geworden
"Het EVC-traject heeft me geholpen mijn arbeidsverleden van 22 jaar om te zetten in competenties. Ik heb nu in beeld waar mijn sterke kanten liggen en waar ik mezelf nog wil en kan ontwikkelen. Ik ben er ook zakelijker door geworden. Belangrijke afspraken of resultaten wil ik voortaan op papier hebben, want anders heb je niets om op terug te vallen. Je kunt nog zoveel beweren, maar als je niets kunt aantonen, bestaat het niet. Dat zal mij niet meer overkomen.”